Go to Top

Dieren rond het huis

  • Rondom het huis

  • Eekhoorn

  • Haas

  • Hert

  • Steenmarter

  • Vos

Welke dieren kunt u zien of tegenkomen rondom uw vakantieappartement en in de buurt van het huis.

Behalve de eekhoorn, haas, de herten, steenmarter en de vos zien we ook diverse vogels zoals de zwarte ooievaar, grote bonte specht, glans- en zwartkopmees, zwarte roodstaart, boomklever, sperwer, buizerd, boerenzwaluw en wouw. Ook veel vlinders zoals oranje tip, rouwmantel, kleine vos, page en citroenvlinder.

Foto’s gemaakt door gasten van Fred en Marjan

 

 

eekhoorn in boomDe eekhoorn is 18 tot 24 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is 14 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.

Anders dan de naam doet vermoeden, kan de kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen. Melanisme komt voor, maar de mate waarin individuen melanistisch zijn verschilt per regio. Gewoonlijk zijn de dieren roodbruin met een witte buikzijde, ’s winters meer grijzig donkerbruin. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt. De oorpluimen vallen vooral in de winter op. Een eekhoorn kan de haren van de pluimstaart opzetten.

Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen. De lange staart, de elegante wijze van voortbewegen en de pluimpjes op de oren geven hem een hoge aaibaarheidsfactor.

De eekhoorn voedt zich met name met plantaardig materiaal als noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Ook eten ze aarde om mineralen binnen te krijgen.

De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns wintervoorraden aan. De eekhoorn is een dagdier, dat zich meestal vlak na zonsopgang al laat zien. Ze zijn voornamelijk na zonsopgang en vlak voor zonsondergang actief. ’s Winters laten ze zich alleen ’s ochtends zien. De eekhoorn houdt geen winterslaap. In plaats daarvan houdt hij zich bij gure dagen in zijn nest verborgen, en bezoekt hij op betere dagen ’s ochtends zijn wintervoorraad

haas in de tuinDe (of, in jachttermen, het) haas (Lepus europaeus), ook wel Europese haas genoemd om onderscheid te maken met andere hazensoorten, is een zoogdier dat net als onder andere het konijn tot de orde der haasachtigen (Lagomorpha) behoort.

De haas komt algemeen voor op de open gras- en landbouwgebieden van Europa en aangrenzende delen van Azië. De haas is een grote haasachtige met een langwerpig lichaam, zeer lange oren en lange poten. De achterpoten zijn langer en krachtiger dan de voorpoten. Iedere poot heeft vijf tenen en behaarde zoolkussens.

De Europese haas heeft een grijzig geel- tot roestbruine vacht, die dient als camouflage. De onderzijde is grijzig wit van kleur. Er zijn echter vele kleurvarianten bekend, waaronder zandkleurig, albino of geheel zwart. Jonge dieren hebben vaak een witte vlek op de kop. De bovenzijde van het korte staartje (“pluim”) is zwart van kleur, de onderzijde wit. De lange oren (“lepels”) zijn grijs met een zwarte punt. De haas ruit twee keer per jaar, in de lente en in de herfst. De zomervacht is lichter van kleur dan de meer rossige wintervacht. Dieren uit warmere en meer open streken hebben een lichtere vachtkleur dan dieren uit koudere en meer beboste streken.[2] De vacht is dicht en zacht en bestaat uit drie haartypen: een ondervacht met haren van 15 mm, donsharen van 24 tot 27 mm en dekharen van 32 tot 35 mm.[3] De ogen zijn groot en goudbruin en worden omringd door lichtere vacht.

hert in tuinHertachtigen (Cervidae) zijn herkauwende evenhoevigen, die zich kenmerken door het gewei van het mannetjeshert. Er zijn zo’n veertig soorten in 16 geslachten en vier onderfamilies.

De mannetjes (bij het rendier ook de vrouwtjes) dragen een gewei dat ze jaarlijks afwerpen, waarschijnlijk om energie te besparen in voedselarme jaargetijden. Een nieuw gewei wordt meestal groter en complexer dan het vorige. De grootte en de complexiteit van geweien tonen de gezondheid en leeftijd van de mannetjes en zorgen zo voor dominantie. Bij de Chinese waterree, een primitieve soort, ontbreekt het gewei volledig.

Herten verschillen in grootte en gewicht, van de Chileense poedoe, die slechts 38 centimeter hoog en 8 kilogram zwaar kan worden, tot de eland, die 2,30 meter hoog en 800 kilogram zwaar kan worden.

Een mannelijk hert heet bok en een vrouwelijk hert heet hinde. Bij reeën spreekt men echter gewoonlijk van bok en geit en bij rendieren en elanden van stier en koe.

Alle herten hebben een kortharige vacht, lenige lichamen met slanke poten en nekken, een kort staartje, grote, hooggeplaatste oren en grote, aan de zijkant geplaatste ogen. Bij veel hertachtigen hebben de jongen een gevlekte vacht, die dient als camouflage op de bosbodem.

Herten komen voornamelijk voor in bossen en wouden, alhoewel sommige soorten ook op open grasvlakten, in moerassen en op toendra’s leven. Ze leven in Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Het edelhert komt ook voor in Noordwest-Afrika.

steenmarter in de tuinDe steenmarter of fluwijn (Martes foina) is een roofdier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae). Hij lijkt veel op de boommarter. De steenmarter leeft in een groot gedeelte van Europa, en is steeds vaker ook rond woningen te vinden. Het is een omnivoor met carnivore trekjes. De steenmarter is een opportunist en hij past zich makkelijk aan aan verscheidene omstandigheden.

Kenmerken De steenmarter heeft een bruine vacht met een witte tot grijswitte keelvlek. Door de keelvlek loopt een donkere streep die de vlek in twee helften splitst. De populatie op Kreta heeft slechts een kleine grijze vlek op de keel. Hij verschilt van de boommarter door de keelvlek, die bij de boommarter geel is, de minder behaarde voetzolen, de smallere oren en de bredere, kortere snuit. De kop-romplengte is 40 tot 48 centimeter. De staart wordt gemiddeld 26 centimeter lang. De dieren worden gemiddeld 12 centimeter hoog en wegen 1,3 tot 2,5 kilogram. Mannetjes worden zwaarder dan vrouwtjes.

Voedsel en gedrag De steenmarter is overwegend een carnivoor. Muizen, ratten, woelmuizen en eekhoorns staan bij de steenmarter op het menu. Ook eet hij vruchten, bessen, kersen, vogels en eieren. Soms eet hij ook kikkers en hagedissen. Op sommige plaatsen eet hij juist voornamelijk vruchten, insecten en aas. De steenmarter jaagt soms kippen en ander pluimvee binnen een korte tijd uit hun hokken en rennen, dit tot ergernis van (hobby)pluimveehouders. Daarbij is een aantal van vijf tot tien kippen per nacht niet ongewoon. De steenmarter kan ze naar de meest onmogelijke plaatsen meeslepen, zoals op daken en over hekken. De steenmarter leeft meestal solitair. Marters in dorpen jagen soms in kleine groepjes van vier à vijf dieren. Deze dieren hebben ook een kleiner woongebied dan marters in de natuur, waar woongebieden gemiddeld 80 hectare bedragen. De steenmarter is luidruchtiger dan de boommarter.

vos in het veldDe vos (Vulpes vulpes) (ook wel gewone of rode vos genoemd) is een lid van de hondachtigen. De vos is een van de grootste roofdieren die nog vrij in de Benelux voorkomen.

De vossenvacht is over het algemeen roodbruin, maar kan ook beige tot helderrood zijn, of zilverkleurig tot zwart (vooral in de bergen). Ook albino’s komen voor. De oren zijn aan de achterzijde zwart, evenals de “sokken”, de onderbenen. Sommige dieren hebben een witte staartpunt; veel vossen hebben in ieder geval enkele witte haren rond het puntje van de staart. De bovenlip is wit, evenals de bef. Op de wangen zit bij veel vossen een zwarte of bruine “traandruppel”. Sommige dieren hebben een staalgrijze keel en buik, met een witte ster op de borst. In de paartijd heeft het vrouwtje, de moervos, een roze glans over de vacht aan de onderzijde.

De vos heeft een slanke snuit en puntige rechtopstaande oren. De staart is lang, dik en ruig. Hij heeft een schouderhoogte van 35 tot 40 centimeter en staat hoog op de poten. Hij heeft een kop-romplengte van 58 tot 90 centimeter met een staart van 32 tot 48 centimeter. Hij weegt zes tot tien, soms vijftien kilogram. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes.

Vossen jagen solitair, meestal ’s nachts en in de schemering, maar in onverstoorde gebieden jaagt hij liever overdag. De vos is een opportunist: hij eet bijna alles. Hij kan hard rennen, tot zestig kilometer per uur, alhoewel zes tot dertien kilometer per uur de normale snelheid is.

Zijn prooien zijn meestal kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta’s en afval.

Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Een vos doodt soms meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een ware slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippenhokken of kolonies van grondbroedende vogels als kokmeeuwen. Voedselresten worden begraven en later weer opgezocht, maar de vos legt geen voedselvoorraden aan. Een vos is meestal zeer succesvol in het terugvinden van begraven voedsel.